

|
Ik luister wel! |
|
Voor en door slachtoffers van seksueel misbruik en geweld |

|
Justitie en Wetgeving |
|
Wetgeving In de Nederlandse zedelijkheidswetgeving gaat het steeds om de bescherming van het zelfbeschikkingsrecht van mensen. Dit houdt twee dingen in:
▪ bescherming van de seksuele vrijheid en de persoonlijke levenssfeer van mensen ▪ bescherming van mensen tegen seksueel geweld of misbruik.
Seksuele gedragingen zijn pas strafbaar als er inbreuk wordt gepleegd op de wil van de betrokkene (het slachtoffer). In het bijzonder worden minderjarigen beschermd en personen die door lichamelijk of geestelijk gebrek onvoldoende hun wil kunnen vormen of uitdrukken (wilsonbekwame).
Seks met minderjarigen
Toekomst
Europese samenwerking Nederlandse politiemensen zijn gestationeerd in een groot aantal steden in de wereld, zoals Parijs, Warschau, Istanbul, Willemstad, Bogotá, Carácas, Brasilia, Islamabad en Bangkok. Deze functionarissen zijn ook inzetbaar bij de opsporing van zedendelicten.
Enkele geruchtmakende zaken in binnen- en buitenland heeft de afgelopen jaren deze aandacht verder vergroot. De publieke verontwaardiging over deze zaken is groot. Daardoor is een sterk draagvlak ontstaan voor nader gerichte acties van overheid, burgers, de samenleving in haar geheel en verschillende organisaties om krachtig op te treden tegen seksueel misbruik van kinderen. Er bestaan inmiddels vele lopende en voorgenomen initiatieven. Het gaat er om de komende tijd de krachten te bundelen en de activiteiten op een samenhangende en constructieve wijze te koppelen.
Seksueel misbruik van kinderen vormt een ernstige schending van de rechten van het kind. Het uitgangspunt bij de bestrijding van seksueel misbruik is de VN-conventie inzake de Rechten van het Kind (uit 1989), die op 8 maart 1995 in Nederland van kracht werd.
Achtergronden Commercieel misbruik van kinderen komt op grote schaal voor: wereldwijd zijn er tien miljoen kinderen werkzaam in de prostitutie. Het is niet mogelijk de omvang van kinderprostitutie in Nederland aan te geven omdat de aangiftebereidheid laag is.
Bij de behandeling van ernstige zedenaangiften gaat een aantal nieuwe zorgvuldigheidseisen gelden. Zo moet een slachtoffer altijd kunnen kiezen tussen mannelijke of vrouwelijke politieambtenaar, wordt de aangifte altijd opgenomen op geluidsband en wordt de aangifte altijd door twee agenten behandeld. De korpsen moeten ook regionaal beleid gaan ontwikkelen. Voorts zullen de opleidingen worden verbeterd en zullen er een aantal wenselijke deskundigheidsniveaus voor politie en Openbaar Ministerie op het terrein van zeden worden vastgesteld.
Bij het Openbaar Ministerie is op elk parket in 2000 een officier aangesteld die als aanspreekpunt voor zedenzaken zal functioneren. Bij de behandeling van moeilijk verifieerbare aangiften zal de Officier van Justitie gebruik maken van een gespecialiseerde pool van gedragsdeskundigen. Het gaat daarbij om aangiften gebaseerd op (in therapie) hervonden herinneringen of herinneringen van voor het derde levensjaar en aangiften van ritueel misbruik. De coördinatie van deze deskundigenpool vindt plaats door de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI).
De CRI werkt verder aan de landelijke invoering van het VICLAS-systeem. Dit is een databank waarin alle moord- en zedenzaken worden geregistreerd. Met behulp van dit systeem kunnen landelijk en internationaal verbanden worden gelegd tussen individuele moord- en zedenzaken.
Slachtofferzorg De minister vindt dat in individuele zware gevallen het belang van het slachtoffer zo zwaar kan wegen dat, een veroordeelde zedendelinquent gedwongen moet worden te verhuizen uit de buurt waar hij zijn delicten heeft begaan. Binnen de huidige wetgeving bestaan daartoe mogelijkheden, zo stelt de minister. Zo kan bij een TBS-behandeling voor een proefverlof of een beëindiging van behandeling een dergelijke voorwaarde worden gesteld.
Preventie Het voorkomen van seksueel misbruik heeft alles te maken met het vergroten van de sociale weerbaarheid van het potentiële slachtoffer en het voorkomen van recidive. Een belangrijk onderdeel is het stimuleren dat in een zo vroeg mogelijk stadium kinderen waarden en normen ontwikkelen op het terrein van seksualiteit en gedrag. Ten opzichte van volwassenen, maar ook tegenover elkaar. Kinderen moeten leren waar machtsmisbruik plaatsvindt en hoe ongewenste situaties kunnen worden voorkomen. Naast gerichte projecten is het zaak om binnen de sector jeugdzorg en jeugdbescherming deze thematiek onder de aandacht te brengen als onderdeel van de reguliere educatie.
Preventie vervolg Het is belangrijk vroegtijdig signalen te onderkennen en daarop adequaat te reageren. Dat vereist een alerte houding van jeugdhulpverleners of andere personen die professioneel in contact komen met kinderen. Dit wordt gestimuleerd door gerichte scholing. Verder moet de drempel tot de noodzakelijke instanties zo laag mogelijk zijn. Binnen de jeugdzorg zijn daarvoor twee elementen van belang. Allereerst zijn er bureaus Jeugdzorg ingesteld. Hierdoor is er één aanspreekpunt is voor alle betrokken instanties die te maken hebben met jeugdzorg of jeugdbescherming. Dat betekent dat hulpverleners, maar ook bijvoorbeeld docenten, snel door worden verwezen naar de juiste instantie als zij signalen hebben ontvangen van mogelijk misbruik van kinderen. Kinderen zelf kunnen terecht bij het Advies en meldpunt Kindermishandeling, waarvan er steeds meer in Nederland worden ingesteld. Er wordt gestreefd naar een landelijke dekking voor het einde van het jaar. Kinderen die zich richten tot andere instanties worden door de systematiek van de bureaus Jeugdzorg adequaat opgevangen. Verder heeft de Raad voor de Kinderbescherming een selectie-instrument ontwikkeld om in een vroeg stadium jeugdige daders met serieuze psychische problemen te onderscheiden en tijdig een behandeling te kunnen starten. |
|
informatie@ikluisterwel.info |
|
Contact en informatie |

